B-keus PIR isolatie
B-keus plaatmateriaal
Outletpartijen
B-keus EPS
B-keus en outlet XPS
Outlet glaswol
Outlet gipsplaten
Outlet vuren balken
Outlet steenwol
B-keus vloerelementen
Outlet houtvezelisolatie
PIR/PUR 2-zijdig aluminium
PIR/PUR Spouwplaten
PIR Afschot
PIR 2-zijdig mineraalglasvlies
PIR + OSB
PIR + Gips
PIR + Fermacell
PIR + SPANO
PIR + Diamondboard
PIR + Underlayment
Kingspan Kooltherm
Renovatieplaten
B-keus PIR isolatie
Glaswol platen
Glaswol rollen
Glaswol rol spijkerflens
Minerale wol MW 35
Glaswol spouwisolatie
Outlet glaswol
EPS platen
EPS gevelisolatie
EPS vloerisolatie
EPS Afschot
EPS parels
EPS funderingsbekisting
Tackerplaat
B-keus EPS
Gipsplaten
Watervaste gipsplaten (WR)
Gipsvezelplaten
Cementgebonden platen
Stucplaten
PIR + Gips
Outlet gipsplaten
Toebehoren voor gips(platen)
Fermacell vloerelementen
Knauf Brio vloerelementen
R Floorzz vloerverwarmingsplaten
Vloerverwarming & Toebehoren
B-keus & Outlet vloerelementen
B-keus PIR isolatie
B-keus plaatmateriaal
Outletpartijen
B-keus EPS
B-keus en outlet XPS
Outlet glaswol
Outlet gipsplaten
Outlet vuren balken
Outlet steenwol
B-keus vloerelementen
Outlet houtvezelisolatie
PIR/PUR 2-zijdig aluminium
PIR/PUR Spouwplaten
PIR Afschot
PIR 2-zijdig mineraalglasvlies
PIR + OSB
PIR + Gips
PIR + Fermacell
PIR + SPANO
PIR + Diamondboard
PIR + Underlayment
Kingspan Kooltherm
Renovatieplaten
B-keus PIR isolatie
Glaswol platen
Glaswol rollen
Glaswol rol spijkerflens
Minerale wol MW 35
Glaswol spouwisolatie
Outlet glaswol
EPS platen
EPS gevelisolatie
EPS vloerisolatie
EPS Afschot
EPS parels
EPS funderingsbekisting
Tackerplaat
B-keus EPS
Gipsplaten
Watervaste gipsplaten (WR)
Gipsvezelplaten
Cementgebonden platen
Stucplaten
PIR + Gips
Outlet gipsplaten
Toebehoren voor gips(platen)
Fermacell vloerelementen
Knauf Brio vloerelementen
R Floorzz vloerverwarmingsplaten
Vloerverwarming & Toebehoren
B-keus & Outlet vloerelementen
Woningen uit de jaren 40, 50 en 60 vormen een overgangsperiode in de Nederlandse bouwgeschiedenis. Na de oorlog werd er snel en veel gebouwd. De huizen uit deze periode zijn degelijk, maar meestal matig geïsoleerd en soms zelfs helemaal niet. In dit artikel lees je wat je veelal tegenkomt in woningen uit deze drie decennia, waar de grootste warmtelekken zitten en welke isolatiemaatregelen goed passen bij deze bouwperiodes.
"Wil jij weten waar je op moet letten bij het isoleren van een jaren 40-, 50- en 60- woning? Lees dan gauw verder!"
Typische bouwstijl en materialen
Meestal beperkte of geen isolatie aanwezig
In deze periode werd er nog weinig aan isolatie gedaan. Sommige woningen uit de late jaren 60 hebben een spouw, maar die is vaak niet geïsoleerd of slecht gevuld met materialen die inmiddels vervangen moeten worden. Ook vloeren en daken zijn meestal kaal gelaten.
We zetten per onderdeel van jaren 40, 50 en 60 woningen op een rij waar de meeste warmte verloren gaat.
Daken van jaren 40, 50 en 60-woningen zijn van origine vrijwel nooit geïsoleerd. Omdat warmte opstijgt, is dit daarom vaak de plek waar je de meeste warmte verliest. In veel woningen is later wel extra isolatie aangebracht, maar dit is lang niet altijd voldoende. Door het dak aan de binnen- of buitenzijde te isoleren, verbeter je direct het comfort en blijft warmte beter in huis. Dit is vooral merkbaar op de bovenverdieping.
Bij schuine daken wordt isolatie meestal aan de binnenzijde geplaatst, vaak met materialen zoals glaswol of steenwol, maar ook PIR is een goede optie als je met een dunne laag een hoge isolatiewaarde wilt behalen. Bij platte daken, vooral vanaf de jaren 50 veel toegepast, heeft isoleren aan de buitenzijde de voorkeur. Is isoleren aan de buitenzijde niet mogelijk, bijvoorbeeld door ruimtegebrek, dan kan isoleren aan de binnenzijde ook een optie zijn, vaak met glas- of steenwol. Hierbij is het wel belangrijk om rekening te houden met de juiste folie, zodat vochtproblemen worden voorkomen.
Wil je meer informatie over het isoleren van je schuin of plat dak? Bekijk dan de pagina’s 'dakisolatie', ‘platdakisolatie’ en ‘schuindakisolatie’
Bij oudere jaren 40-woningen komt het geregeld voor dat de spouw vervuild is of smal is uitgevoerd. In dat geval zijn er alternatieven. Zo kun je de binnenzijde van de gevel isoleren door een voorzetwand te plaatsen, waarin isolatiemateriaal zoals glaswol of steenwol wordt verwerkt. Ook kun je kiezen voor PIR-platen als je met een dunne laag toch een hoge isolatiewaarde wilt behalen. Houd er wel rekening mee dat deze oplossing ruimte kost in de woning. Een andere optie is buitengevelisolatie, waarbij isolatie aan de buitenzijde wordt aangebracht en de gevel opnieuw wordt afgewerkt, bijvoorbeeld met stucwerk of gevelbekleding. Hierbij moet je rekening houden met uitstraling, ruimteverlies of bouwkundige aanpassingen.
Wil je meer informatie over het isoleren van je muur? Bekijk dan de pagina’s 'muurisolatie' ‘spouwmuurisolatie’ en ‘gevelisolatie’.
Veel woningen uit de jaren 40, 50 en 60 hebben houten vloeren of betonnen beganegrondvloeren zonder isolatie. Daardoor gaat veel warmte verloren en kan kou makkelijk optrekken vanuit de kruipruimte. Bij een betonnen vloer kun je isolatie direct tegen de onderzijde van de vloer verlijmen, bijvoorbeeld met EPS-, XPS- of PIR-platen. Bij een houten vloer wordt isolatie vaak tussen de balken aangebracht, bijvoorbeeld met glaswol of steenwol, waardoor de vloer direct warmer aanvoelt en tocht vermindert.
In kruipruimtes waar je niet goed bij de vloer kunt, kun je er ook voor kiezen om de bodem te isoleren met EPS-parels. Dit is vaak makkelijker aan te brengen dan vloerisolatie, al is het effect op warmteverlies meestal kleiner dan wanneer je de vloer zelf isoleert. Het helpt wel om de kruipruimte droger te houden en kan vochtproblemen verminderen. In combinatie met isolatiefolie wordt optrekkend vocht beperkt en blijft de kruipruimte minder vochtig.
Wil je meer informatie over het isoleren van je houten vloer of kruipruimte? Bekijk dan de pagina’s ‘houten vloerisolatie’ en ‘kruipruimte-isolatie’.
In jaren 40-, 50- en 60-woningen vind je vaak enkel glas of verouderd dubbel glas (vooral in jaren 60-huizen). Houten kozijnen kunnen bovendien zijn gaan kieren of minder goed sluiten. Hierdoor verlies je veel warmte, zeker op winderige dagen. Het vervangen van enkel glas of oud dubbel glas door HR++-glas of, wanneer de oorspronkelijke uitstraling behouden moet blijven, renovatie- of monumentenglas, zorgt voor een grote verbetering in zowel comfort als energiezuinigheid.
Ook het herstellen of vervangen van oude kozijnen vermindert tocht. Soms is het voldoende om de bestaande kozijnen opnieuw af te dichten of de ramen opnieuw te laten afhangen, maar bij ernstig verval is volledige vervanging vaak de beste keuze. Wanneer je glas vervangt én daarnaast ook een andere isolatiemaatregel toepast, zoals dak- of vloerisolatie, kom je vaak in aanmerking voor een hogere subsidie via de ISDE-regeling.
In woningen uit de jaren 40, 50 en 60 ontstaan veel warmteverliezen op plekken waar lucht ongehinderd kan ontsnappen of binnendringen. Denk aan slecht sluitende ramen en deuren, openstaande gevelvoegen of andere naden in de constructie. Door deze kieren goed te dichten met kierdichting, tochtstrips of verbeterde aansluitingen voelt het huis direct comfortabeler aan en blijft de warmte beter binnen.
Zodra je naden en kieren gaat dichten, verandert de manier waarop frisse lucht het huis binnenkomt. Daarom mag je het nemen van ventilatie maatregelen niet overslaan. Na het isoleren wordt het huis namelijk veel dichter en moet er gecontroleerd ventilatie plaatsvinden. Soms zijn ventilatieroosters voldoende, maar bij veel woningen uit deze bouwperiode is extra luchtverversing nodig, bijvoorbeeld met mechanische ventilatie. Woon je aan een drukke straat? Dan kunnen suskasten helpen om tóch te kunnen ventileren zonder geluidsoverlast.
Goede ventilatie lijkt misschien minder belangrijk dan isolatie, maar het bepaalt wel of het huis gezond en prettig blijft om in te wonen.
Wanneer je een woning uit de jaren 40, 50 of 60 gaat isoleren, verandert er veel aan de manier waarop het huis met vocht en luchtstromen omgaat. Deze woningen werden namelijk gebouwd in een tijd waarin ventilatie vooral plaatsvond via natuurlijke kieren en openingen. Zodra je gaat isoleren, maak je het huis een stuk dichter. Daarom moet je vooraf goed nadenken over hoe je vocht veilig afvoert en voldoende frisse lucht binnenlaat om schimmel en condens te voorkomen.
Ventilatie verdient extra aandacht na isolatie. Soms zijn ventilatieroosters voldoende, maar bij veel woningen uit deze bouwperiode is een ventilatiesysteem met afzuiging een betere keuze om voldoende luchtverversing te garanderen. En woon je aan een drukke weg, dan kunnen suskasten helpen om tóch te ventileren zonder geluidsoverlast binnen te halen. Het draait uiteindelijk om het vinden van een gezonde balans tussen goed isoleren en goed ventileren.
Daarnaast is het verstandig om de bestaande constructie eerst goed te beoordelen. Betonnen vloeren kunnen bijvoorbeeld koud en vochtig zijn, terwijl houten vloeren gevoelig kunnen zijn voor houtrot of schimmel. Ook kunnen spouwmuren vervuild zijn met bouwresten, wat spouwmuurisolatie bemoeilijkt. Inspectie vooraf geeft duidelijkheid over wat mogelijk is en welke isolatiemethode het beste werkt.
Verder is het belangrijk om rekening te houden met asbest, omdat dit materiaal veel werd toegepast in woningen uit de jaren 40, 50 en 60. Asbest kan voorkomen in het dakbeschot, oude vloerafwerkingen, leidingisolatie, gevelplaten of achter kachels en cv-installaties. Voordat je begint met isoleren of slopen, moet altijd worden gecontroleerd of er asbest aanwezig is. Als dat zo is, moet dit eerst veilig worden verwijderd door een gecertificeerd specialist, zodat je zonder gezondheidsrisico’s verder kunt met de isolatiewerkzaamheden.
Tot slot moet je letten op het gebruik van de juiste folie. Afhankelijk van de constructie en de gekozen isolatiemethode heb je folies zoals dampopen, dampremmende of zelfs dampdichte folies nodig om vocht op een veilige manier af te voeren of juist tegen te houden. Ook kun je denken aan klimaatfolie, dat zich aanpast aan de hoeveelheid vocht in de ruimte, of radiatorfolie, waarmee je extra warmteverlies via buitenmuren beperkt.
Sommige isolatiemaatregelen komen in aanmerking voor de ISDE-subsidie. Op onze subsidie-voordeel pagina vind je een overzicht van producten die hiervoor in aanmerking komen. Ook hebben we een uitgebreider artikel ‘subsidie op isolatie’ met extra uitleg over de regeling geschreven.
Heb je nog vragen? Dan kun je altijd vrijblijvend contact opnemen met een van onze adviseurs!
In dit artikel lees je waar jaren 30-woningen vaak warmte verliezen, welke bouwk...
Meer lezen
De isolatiewaarde van PIR is één van de belangrijkste redenen waarom dit isola...
Meer lezen
Heb je gekozen voor PIR-isolatie, dan wil je vooral één ding weten: wat kost P...
Meer lezen
"Jan de Isolatieman, streeft ernaar je zo goed mogelijk van dienst te zijn. Aangezien elke klus uniek is, raden wij aan altijd contact op te nemen met een professional. Bekijk hier onze voorwaarden."
Sluiten